"Joost. Ik breng nu de jongens naar bed. Daarna wil ik even met je praten." Zo begin ik ons gesprek.
Bijna is het zover dat Stijn naar Soele moet, het onderzoeksbureau. Hoog tijd voor een praatje met manlief.
Eenmaal gesetteld beginnen we ons gesprek.
"Ja? Nou ja, dat jong spoort echt niet, dus. Hij zal ook wel wat autistisch hebben."
Ik ben verbaasd. Ik had er voor gebeden, voor begrip en behulpzaamheid en nu is mijn man het direct met me eens! Wow!
We praten nog wat door over het autisme binnen ons gezin en op wie Stijn dan zou lijken. Welke vorm hij dan zou hebben. En hoe we dat allemaal blijven redden.
Dan komt het praktische deel. Ja, want Stijn moet er ook nog kómen. En ik moet een uur eerder voor de intake aanwezig zijn. Wij eigenlijk..."Hoe gaan we dat doen? Weet jij een oplossing?" Zo vraag ik Joost.
Het is zo goed voor hem als hij met de oplossing komt. Dan denkt hij mee en is hij meer betrokken.
"Ik ga in elk geval niet mee op gesprek."
Oke, dan weet ik dat. Prima.
Ik voel het. Ik stap over mijn eigen grens. Alweer. Prima zeg ik! Terwijl van binnen alles heen en weer schud. Terwijl ik zou willen schreeuwen en huilen. Maar dat helpt toch niets, dus: prima!
"Waarom wil je niet mee?"
"Ik houd er niet van, dat weet je toch zo onderhand wel!"
Jawel... En ik vind het geweldig mijn kind aan te melden en voor een vierde keer zo'n intake te doen.
Maar vooruit. Niet aan denken nu. Het belang van Stijn gaat voor. Voor alles? Ja! Voor alles. Momenteel wel.