Inmiddels zijn we druk met afronden en intaken.
Boddaert stopt bijna.
Afgelopen vrijdag de gesprekken met de mentor over de thuisbegeleiding afgerond, geevalueerd.
Ik vond het allemaal wel best. Net voor die tijd had ik namelijk een intakegesprek gehad, waardoor je weet dat je weer verder kan.
Toen we met Stijn bij Boddaert kwamen, was mijn eerste hulpvraag: zorg ervoor dat er hulp is ná Boddaert. Dat ik dan niet weer in een gat val, waardoor ik niet weet waar ik heen moet met dringende vragen.
Zoals vorig jaar januari, toen de jongens zo ontzettend tegen elkaar waren: Jesse was doodsbang voor Stijn, Stijn overheersde alles. Boddaert noemde toen een naam van een organisatie maar is er nooit mee aan de slag gegaan. Ergens wordt er toch van je verwacht daat je als moeder zelf die stappen neemt. Dus dat heb ik gedaan.
De site van die organisatie beviel me. Vooral het feit dat ze begeleiden tot in de volwassenheid. Zou dit nu eindelijk de laatste begeleiding zijn??? De mailtjes waren informatief, niet zakelijk, maar gewoon gezellig. Hiermee wil ik het wel proberen, dacht ik.
Nu die intake achter de rug is, is het goed. De klik was er!!
Woensdagmiddag komen ze al voor een eerste kennismaking met Stijn en Jesse.
Het is overigens vooral een hulpvraag van (mij en) Jesse: "Als er iemand is die ons helpt, zo zegt hij, kunnen we samen spelen." Want eigenlijk wil Jesse niet meer. Hij werkt elke dag aan zijn dagtaak voor Stijn, maar er zit niet veel enthousiasme in. "Vooruit dan maar." Broertjes hoeven niet per sé samen te spelen en vaak gaat dat spelen wel vanzelf. Of het gaat vanzelf niet. Stijn echter eist dat Jesse speelt. Wat moet hij anders? Alleen spelen kan hij alleen op Boddaert :-(...
Zo heeft hij woensdagmiddag de hele middag gezeten. Zitten wachten. Op Jesse, die er een keertje niet was. Zo vermoeiend. En dan gewoon niets, maar dan ook helemaal niets anders willen doen, ook niet met mij of met een ander...
Ik kijk uit naar morgen, dat begrijp je wel. Nu maar hopen dat de klik met de jongens er net zo is, als tussen begeleider en mij. Zou dat even mooi zijn! Want daar staat of valt het mee... Spannend!!!
Over moeilijk gedrag, onderzoeken en diagnoses binnen ons gezin.
Posts tonen met het label intake. Alle posts tonen
Posts tonen met het label intake. Alle posts tonen
dinsdag 22 januari 2013
woensdag 11 april 2012
Intake Boddaert
Opluchting. Dat is de grootste emotie die ik voel, als ik de deur uitstap in de richting van mijn fiets. Klaar met het gesprek wil ik twee dingen: juichen en huilen. Het is me nog om het even welke emotie er wint. Maar in principe zijn ze allebei gelijk: opluchting!
Het team van Boddaert zat al klaar voor de koffie en ons praatje over Stijn. Direct maar even begonnen over de ruzie's tussen de jongens. Over de angst van Jesse ten opzichte van Stijn en over Stijns zelfbepalende gedrag, welke waarschijnlijk ook uit angst voort komt. Al snel wordt besloten daar per direct thuisbegeleiding op te zetten. En inderdaad: gisteren zijn we begonnen. Daarover later meer.
Verder bespraken we de doelen die nodig zijn voor Stijn om te leren en nog meer te leren over wat nu een juiste houding is, wat een emotie met je doet en zo.
En eten. Dat is een doel. Want hij eet zo goed als niets. Geen aardappelen, geen groenten, geen fruit, geen vlees of soms een beetje. Wel brood gelukkig. Maar op Boddaert krijgen ze twee keer warm eten aangeboden, dus vandaar dat doel. Leer hem eten!!
Ander doel is het leren regulieren van de emoties. Het van niets naar knalboos of superblij is niet altijd handig... Het leren over zichzelf en omgaan emt anderen is ook grote noodzaak. Want ook daaraan schort het behoorlijk.
Als dit allemaal besproken is staat het volgende punt op de agenda: wanneer over gaan tot plaatsing?
De gespreksleider oppert voorzichtig: er is vanaf NU plek.
Wow! Ik val bijna flauw. Echt. Ik schrik me wezenloos en snel daarna voel ik een blijdschap op me af komen als een hogesnelheidstrein. Oei! Over emoties gesproken.
Er zitten natuurlijk wel wat kantekeningen bij: Stijn komt dan wel in een andere groep als de autigroep. Dat hoort bij de nieuwe verordeningen van hogerhand: meer door elkaar: minder wachtlijsten. Misschien...
Ik vind het prima. Ik vind alles prima. Ga maar. Doe maar. Doe maar NU!
O help. Ik voel me nu al in de verdediging schieten. Zal wat worden!
Het team van Boddaert zat al klaar voor de koffie en ons praatje over Stijn. Direct maar even begonnen over de ruzie's tussen de jongens. Over de angst van Jesse ten opzichte van Stijn en over Stijns zelfbepalende gedrag, welke waarschijnlijk ook uit angst voort komt. Al snel wordt besloten daar per direct thuisbegeleiding op te zetten. En inderdaad: gisteren zijn we begonnen. Daarover later meer.
Verder bespraken we de doelen die nodig zijn voor Stijn om te leren en nog meer te leren over wat nu een juiste houding is, wat een emotie met je doet en zo.
En eten. Dat is een doel. Want hij eet zo goed als niets. Geen aardappelen, geen groenten, geen fruit, geen vlees of soms een beetje. Wel brood gelukkig. Maar op Boddaert krijgen ze twee keer warm eten aangeboden, dus vandaar dat doel. Leer hem eten!!
Ander doel is het leren regulieren van de emoties. Het van niets naar knalboos of superblij is niet altijd handig... Het leren over zichzelf en omgaan emt anderen is ook grote noodzaak. Want ook daaraan schort het behoorlijk.
Als dit allemaal besproken is staat het volgende punt op de agenda: wanneer over gaan tot plaatsing?
De gespreksleider oppert voorzichtig: er is vanaf NU plek.
Wow! Ik val bijna flauw. Echt. Ik schrik me wezenloos en snel daarna voel ik een blijdschap op me af komen als een hogesnelheidstrein. Oei! Over emoties gesproken.
Er zitten natuurlijk wel wat kantekeningen bij: Stijn komt dan wel in een andere groep als de autigroep. Dat hoort bij de nieuwe verordeningen van hogerhand: meer door elkaar: minder wachtlijsten. Misschien...
Ik vind het prima. Ik vind alles prima. Ga maar. Doe maar. Doe maar NU!
Nou ja, zo gek is het ook weer niet.
Om een kennisdatum te prikken laat ik ook even mijn nuchtere verstand, voorzover nog aanwezig, meetellen. Volgende week is een neefje jarig. Daar moet Stijn eigenlijk wel mee naar toe, want familie weet nog van niets. Dus spreken we een dagje later af: vrijdag de 13e.
Om een kennisdatum te prikken laat ik ook even mijn nuchtere verstand, voorzover nog aanwezig, meetellen. Volgende week is een neefje jarig. Daar moet Stijn eigenlijk wel mee naar toe, want familie weet nog van niets. Dus spreken we een dagje later af: vrijdag de 13e.
dinsdag 27 december 2011
Naar huis
Blij en enthousiast komt Stijn naar de wachtkamer huppelen. Zo hé, dit was echt leuk. Hij is ook moe, maar dat is niet meer dan logisch. Omdat ik net nog eens koffie had gepakt mag hij ook nog een beker drinken. En daarna vertrekken we rustig lopend naar de bus.
"En, vraag ik hem, wil je er nog wat over vertellen aan me? Of niet?" Het blijft even stil.
Dan klinkt het zacht:"Liever niet".
"Oke vent, ook prima hoor. Maar als je er over wilt kletsen zeg je het maar, dan kunnen we het altijd nog doen.
Hij wil wel nog één ding weten: "Wanneer gaan we hier weer heen?"
Ik leg hem uit dat de mensen nu eerst gaan kijken hoe ze ons het beste kunnen helpen. Daarna krijg ik een uitnodiging voor een gesprek en dan pas is het weer zijn beurt. Dus, voorlopig niet.
Een diep zucht volgt: opluchting? Of toch een beetje jammer? Terwijl ik hoop op die laatste, houd ik het toch maar op die eerste.
Samen wachten we op de bus. Terwijl de auto's langs razen turen wij de verte in. Waar blijft die bus nu?
Eindelijk! Daar komt-ie aan! Als we instappen bied ik de chauffeur het toen nog geldende strippenkaartje aan. Dan klinkt de vraag: "Is hij al ouder dan vier?", wijzend op Stijn. Nou moe! "Hij is zeven", antwoord ik wat gepikeerd. Hallo zeg. Heeft hij er geen verstand van, of lijkt Stijn nu echt zo jong? De radartjes gaan weer. Het gepieker begint weer. Stel je toch eens voor zeg. Nog een kind met autisme. Zou dat te doen zijn? Zou ik dat redden? Zouden we dat samen, als man en vrouw en als gezin wel gaan redden?
Stop! roep ik mijn gedachten een halt.
Geen zorgen voor de dag van morgen. Heeft elke dag niet genoeg om je zorgen te maken? Eerst maar eens naar huis. En dan rustig afwachten! Wachten op de brief. Op een uitnodiging voor een gesprek. Om te horen wat anderen hebben besloten. Zó frustrerend!
"En, vraag ik hem, wil je er nog wat over vertellen aan me? Of niet?" Het blijft even stil.
Dan klinkt het zacht:"Liever niet".
"Oke vent, ook prima hoor. Maar als je er over wilt kletsen zeg je het maar, dan kunnen we het altijd nog doen.
Hij wil wel nog één ding weten: "Wanneer gaan we hier weer heen?"
Ik leg hem uit dat de mensen nu eerst gaan kijken hoe ze ons het beste kunnen helpen. Daarna krijg ik een uitnodiging voor een gesprek en dan pas is het weer zijn beurt. Dus, voorlopig niet.
Een diep zucht volgt: opluchting? Of toch een beetje jammer? Terwijl ik hoop op die laatste, houd ik het toch maar op die eerste.
Samen wachten we op de bus. Terwijl de auto's langs razen turen wij de verte in. Waar blijft die bus nu?
Eindelijk! Daar komt-ie aan! Als we instappen bied ik de chauffeur het toen nog geldende strippenkaartje aan. Dan klinkt de vraag: "Is hij al ouder dan vier?", wijzend op Stijn. Nou moe! "Hij is zeven", antwoord ik wat gepikeerd. Hallo zeg. Heeft hij er geen verstand van, of lijkt Stijn nu echt zo jong? De radartjes gaan weer. Het gepieker begint weer. Stel je toch eens voor zeg. Nog een kind met autisme. Zou dat te doen zijn? Zou ik dat redden? Zouden we dat samen, als man en vrouw en als gezin wel gaan redden?
Stop! roep ik mijn gedachten een halt.
Geen zorgen voor de dag van morgen. Heeft elke dag niet genoeg om je zorgen te maken? Eerst maar eens naar huis. En dan rustig afwachten! Wachten op de brief. Op een uitnodiging voor een gesprek. Om te horen wat anderen hebben besloten. Zó frustrerend!
dinsdag 20 december 2011
Foutje!
Natuurlijk! Ik had de dame van Soele ook verteld over Stijn en Soele. Dat die combinatie niet zo lekker ligt en dat we Stijn dus niet verteld hebben dat we hierheen zouden gaan. Ze zou meewerken.
"Weet u, hij kan beter eerst een positieve ervaring hebben. Na dit bezoekje vertel ik hem waar hij is geweest." Ze begrijpt het. Soms is dat gewoon beter en krijg je je kind makkelijker mee.
Goed. We waren dus richting spelkamer. We krijgen een stoel aangeboden en Stijn kijkt zenuwachtig om zich heen. Bij het zien van al het speelgoed, wordt zijn blik langzaam maar zeker anders: van zenuwachtig naar geinteresseerd. Als we zitten, met de koffie voor onze neus begint mevrouw het gesprek. Met een standaardvraag:
"En Stijn, weet je waarom je hier bij Soele bent?"
AAAAHHHHHHH
Dan gebeurd er van alles. Nee, Stijn ontploft niet. Stijn houdt zich een beetje in. Hij is per slot van rekening niet thuis. Maar de tranen springen in zijn ogen en zijn gezicht wordt wit van schrik. Onthutst kijkt hij mij aan. En ik lees het: verraad! Verraad! Help! Ik ben er in getrapt!
Intens verdrietig zit hij te huilen, zich totaal geen raad wetend met de situatie. Schokkende schouders en betraande ogen laten zien hoe hij van rustig naar opeens enorm boos is.
Dit alles gebeurd in een paar seconden. Ik kijk de vrouw aan. Zij mij. Verontschuldigend.
Tegelijkertijd richt ze professioneel haar blik op Stijn:
"Sorry knul, dat had ik beter anders kunnen vragen he." Prompt vertelt ze wat Soele zo al doet en dat ze geen prikjes geven. Stijn wordt wat rustiger. Hij verzet zijn tegenzin en gaat met de intaker aan het werk. Ze kletsen wat en de kaarten met emoties liggen overal op tafel. De emoties binnen deze kamer zakken wat. Allemaal komen we weer tot rust.
Dan is het tijd. Tijd voor mij om naar de wachtkamer te gaan. Daar wachten op Stijn. En dan samen met de bus naar huis.
Ik geef Stijn een zoen en veeg mijn eigen tranen nog eens af. Wat een gedoe. Wat een blunder. Maar wat pakt hij het uiteindelijk toch nog goed op. Mijn eigen knappe, stoere, prachtige kerel. Hij doet toch nog zó zijn best, na zoveel verraad. Ik ben apetrost op hem! Maar op mezelf niet. En toch. Het was de beste weg die mogelijk was. Want nu was Stijn daar waar hij zijn moest. En anders, als ik hem de hele waarheid had verteld, had ik hem nooit hier binnen gekregen.
Hm, nu ik dit zo type denk ik: van wie zou hij dat toch hebben?
"Weet u, hij kan beter eerst een positieve ervaring hebben. Na dit bezoekje vertel ik hem waar hij is geweest." Ze begrijpt het. Soms is dat gewoon beter en krijg je je kind makkelijker mee.
Goed. We waren dus richting spelkamer. We krijgen een stoel aangeboden en Stijn kijkt zenuwachtig om zich heen. Bij het zien van al het speelgoed, wordt zijn blik langzaam maar zeker anders: van zenuwachtig naar geinteresseerd. Als we zitten, met de koffie voor onze neus begint mevrouw het gesprek. Met een standaardvraag:
"En Stijn, weet je waarom je hier bij Soele bent?"
AAAAHHHHHHH
Dan gebeurd er van alles. Nee, Stijn ontploft niet. Stijn houdt zich een beetje in. Hij is per slot van rekening niet thuis. Maar de tranen springen in zijn ogen en zijn gezicht wordt wit van schrik. Onthutst kijkt hij mij aan. En ik lees het: verraad! Verraad! Help! Ik ben er in getrapt!
Intens verdrietig zit hij te huilen, zich totaal geen raad wetend met de situatie. Schokkende schouders en betraande ogen laten zien hoe hij van rustig naar opeens enorm boos is.
Dit alles gebeurd in een paar seconden. Ik kijk de vrouw aan. Zij mij. Verontschuldigend.
Tegelijkertijd richt ze professioneel haar blik op Stijn:
"Sorry knul, dat had ik beter anders kunnen vragen he." Prompt vertelt ze wat Soele zo al doet en dat ze geen prikjes geven. Stijn wordt wat rustiger. Hij verzet zijn tegenzin en gaat met de intaker aan het werk. Ze kletsen wat en de kaarten met emoties liggen overal op tafel. De emoties binnen deze kamer zakken wat. Allemaal komen we weer tot rust.
Dan is het tijd. Tijd voor mij om naar de wachtkamer te gaan. Daar wachten op Stijn. En dan samen met de bus naar huis.
Ik geef Stijn een zoen en veeg mijn eigen tranen nog eens af. Wat een gedoe. Wat een blunder. Maar wat pakt hij het uiteindelijk toch nog goed op. Mijn eigen knappe, stoere, prachtige kerel. Hij doet toch nog zó zijn best, na zoveel verraad. Ik ben apetrost op hem! Maar op mezelf niet. En toch. Het was de beste weg die mogelijk was. Want nu was Stijn daar waar hij zijn moest. En anders, als ik hem de hele waarheid had verteld, had ik hem nooit hier binnen gekregen.
Hm, nu ik dit zo type denk ik: van wie zou hij dat toch hebben?
vrijdag 16 december 2011
Intake (2)
Goed. De gezinssituatie is besproken. Kort maar krachtig. Heftig zat. En dan maar verder gaan he. Ik weet niet of jullie wel eens op een intake zijn geweest, maar ik vind het afschuwelijk. Ze beginnen al bij de zwangerschap en gaan door tot nu. Gelukkig is Stijn pas 7 jaar. Dat scheelt weer...
Gelukkig waren er bij de zwangerschap van Stijn totaal geen bijzonderheden. En bij de bevalling ook niet. Al is het helemaal geen leuk werk, dat verhaal zal ik je besparen. Stijn brak zijn schouderbeentje of zo, maar daar heeft hij geen last van gehad. En ik vraag me af wat dat met zijn problematiek van vandaag te maken kan hebben. Maar vooruit.
We nemen alles rustig door. Gelukkig had ik al veel op papier gezet in de tijd dat ik nog twijfelde over onderzoek. Dat papier had ik samen met die ellenlange vragenlijst meegestuurd. De verhalen die jullie al gelezen hebben over rouw en afscheid komen aan bod. En het (niet) lezen en de rest van het cognitieve bespreken we uitgebreid. De vragenlijsten van school waren ronduit positief over Stijn. Dat herken ik wel ja, ook bij de dochters. Op school heel lief en aardig, thuis niet te genieten en druk. Het helemaal niet kunnen kiezen. Het grijpen naar wapens, als aardappelschilmesjes en scharen. Het bijten en ander fysiek geweld. Al die dingen worden besproken. En ik wil het niet. Ik wil niet weer terug naar al het negatieve van mijn kind. maar ik moet. Hij is nu immers superongelukkig en boosaardig. Stom woord. Boos-aardig. Gewoon boos, woest, driftig. Ik doorleef de holding die ik met hem deed en waarvoor ik complimenten krijg. Ja maar, hij wordt me nu al haast te sterk. Want voor een holding kun je wel een half uur uittrekken en zo'n 150 kilometer energie. Dat heb ik niet. Vaak komen zijn driftbuien ook op tijden dat holding gewoon niet kán. Zet ik bijvoorbeeld net een pan op het vuur, met de bak en braad. En dan, net op het moment dat de jus bijna bruin is en goed voor het vlees, breekt de boel los. Zeer zwarte jus krijg je dan. Of rode pannen, met de vlam erin. Brr. Gelukkig is er altijd nog zo iets als het gas uitdraaien, maar je begrijpt vast wel wat ik bedoel. Soms kan het gewoon niet. (Tussen haakjes: holding is: je zeer boze kind vastpakken en het stevig vasthouden. Zeggen dat je van hem houdt en vasthouden. Blijven vasthouden en blijven zeggen dat hij geliefd is. Het kind blijft vechten, maar geeft zich uiteindelijk over en komt tot rust. Stijn is hier niet zo goed in, vandaar dat half uur...)
Terug naar onze intake. We praten een uur lang. En dan ben ik ook helemaal total loss. Tot slot zegt de intaker dat ik gerust kan zijn. Stijn is zo gevoelig, die kán geen autisme hebben, want dat past niet bij kinderen met autisme. Huh? Krijg nou wat? Hier knap ik helemaal op af. Want ik reken wél op autisme. En daar heb ik ervaring genoeg mee. Met iets anders niet hoor. Dat kan ik er echt niet bij hebben, geloof ik.
Ik ben blij als ik de gang weer doorloop terug naar de wachtkamer. Onderweg komen we Stijn tegen, met papa. En terwijl ik met Stijn en de intaker naar de spelkamer loop, vlucht papa snel weer naar huis.
Maar toch ben ik trots op hem: hij heeft eindelijk een voet over de drempel gezet. Wat een overwinning!
Gelukkig waren er bij de zwangerschap van Stijn totaal geen bijzonderheden. En bij de bevalling ook niet. Al is het helemaal geen leuk werk, dat verhaal zal ik je besparen. Stijn brak zijn schouderbeentje of zo, maar daar heeft hij geen last van gehad. En ik vraag me af wat dat met zijn problematiek van vandaag te maken kan hebben. Maar vooruit.
We nemen alles rustig door. Gelukkig had ik al veel op papier gezet in de tijd dat ik nog twijfelde over onderzoek. Dat papier had ik samen met die ellenlange vragenlijst meegestuurd. De verhalen die jullie al gelezen hebben over rouw en afscheid komen aan bod. En het (niet) lezen en de rest van het cognitieve bespreken we uitgebreid. De vragenlijsten van school waren ronduit positief over Stijn. Dat herken ik wel ja, ook bij de dochters. Op school heel lief en aardig, thuis niet te genieten en druk. Het helemaal niet kunnen kiezen. Het grijpen naar wapens, als aardappelschilmesjes en scharen. Het bijten en ander fysiek geweld. Al die dingen worden besproken. En ik wil het niet. Ik wil niet weer terug naar al het negatieve van mijn kind. maar ik moet. Hij is nu immers superongelukkig en boosaardig. Stom woord. Boos-aardig. Gewoon boos, woest, driftig. Ik doorleef de holding die ik met hem deed en waarvoor ik complimenten krijg. Ja maar, hij wordt me nu al haast te sterk. Want voor een holding kun je wel een half uur uittrekken en zo'n 150 kilometer energie. Dat heb ik niet. Vaak komen zijn driftbuien ook op tijden dat holding gewoon niet kán. Zet ik bijvoorbeeld net een pan op het vuur, met de bak en braad. En dan, net op het moment dat de jus bijna bruin is en goed voor het vlees, breekt de boel los. Zeer zwarte jus krijg je dan. Of rode pannen, met de vlam erin. Brr. Gelukkig is er altijd nog zo iets als het gas uitdraaien, maar je begrijpt vast wel wat ik bedoel. Soms kan het gewoon niet. (Tussen haakjes: holding is: je zeer boze kind vastpakken en het stevig vasthouden. Zeggen dat je van hem houdt en vasthouden. Blijven vasthouden en blijven zeggen dat hij geliefd is. Het kind blijft vechten, maar geeft zich uiteindelijk over en komt tot rust. Stijn is hier niet zo goed in, vandaar dat half uur...)
Terug naar onze intake. We praten een uur lang. En dan ben ik ook helemaal total loss. Tot slot zegt de intaker dat ik gerust kan zijn. Stijn is zo gevoelig, die kán geen autisme hebben, want dat past niet bij kinderen met autisme. Huh? Krijg nou wat? Hier knap ik helemaal op af. Want ik reken wél op autisme. En daar heb ik ervaring genoeg mee. Met iets anders niet hoor. Dat kan ik er echt niet bij hebben, geloof ik.
Ik ben blij als ik de gang weer doorloop terug naar de wachtkamer. Onderweg komen we Stijn tegen, met papa. En terwijl ik met Stijn en de intaker naar de spelkamer loop, vlucht papa snel weer naar huis.
Maar toch ben ik trots op hem: hij heeft eindelijk een voet over de drempel gezet. Wat een overwinning!
zaterdag 10 december 2011
Intake
Maandag. De dag van de intake. 's Morgens gaat Stijn natuurlijk gewoon naar school. Voor de middag meld ik hem af, in verband met 'externe begeleiding'. Mooi woord he, voor zo'n irritant gesprek.
Zodra Stijn opgehaald is door Joost, vertellen we hem het een en ander over Soele.
We gebruiken niet díe naam. Hij heeft er zo'n aversie tegen. Op school heeft hij gehoord dat ze je daar prikjes geven. Gelukkig is dat niet zo. Pilletjes wel ja, soms. Maar de aversie bleef. Nu kiezen we er dus voor om het anders te brengen. Dat we gaan praten over hoe het met je gaat, thuis en op school en met vriendjes. En dan is daar iemand die je kan helpen. Een soort schoolarts is het waar we heen gaan.
Stijn vraagt niet verder, maar begint heel hard te huilen. Hij vindt het zo vervelend dit te moeten doen. Tegelijkertijd ziet hij erkenning, dat vindt hij juist fijn!
Dan is het tijd. Tijd voor mij om te gaan. Met de bus. Tien minuutjes lopen, tien minuutjes bus en dan ben ik eigenlijk al direct bij het gebouw. Alles gaat voorspoedig en ik neem op mijn gemak, zo lijkt het, een bak koffie. Een plastic bekertje trouwens. Dat drinkt niet zo lekker, maar vooruit.
Keurig op tijd word ik geroepen en maak ik kennis met de intaker, die voorlopig, zonodig, ook onze begeleider zal zijn.
Ik loop achter haar aan het gebouw door. Lange gangen met vele deuren, dat is overal hetzelfde. Dan zijn we er.
"Neemt u maar ergens plaats ', stelt de dame me op het gemak. Even later zitten we tegenover elkaar en kan het gesprek beginnen. Het lijkt een wedloop, zo intensief. Alleen die eerste vraag al:
"Ik zie dat u alleen bent gekomen???" Kort leg ik iets uit over het hoe en waarom. En volgens mij was dat het meest intensieve van het hele uur! Zo lastig om over je man te zitten praten. Net of ik hem verraad. Net of ik hem afval. Net of hij mijn man niet is. Terwijl we zo gelukkig zijn met elkaar en veel van elkaar houden. Daarom houd ik het kort. Per slot van rekening kom ik voor Stijn toch?
Zodra Stijn opgehaald is door Joost, vertellen we hem het een en ander over Soele.
We gebruiken niet díe naam. Hij heeft er zo'n aversie tegen. Op school heeft hij gehoord dat ze je daar prikjes geven. Gelukkig is dat niet zo. Pilletjes wel ja, soms. Maar de aversie bleef. Nu kiezen we er dus voor om het anders te brengen. Dat we gaan praten over hoe het met je gaat, thuis en op school en met vriendjes. En dan is daar iemand die je kan helpen. Een soort schoolarts is het waar we heen gaan.
Stijn vraagt niet verder, maar begint heel hard te huilen. Hij vindt het zo vervelend dit te moeten doen. Tegelijkertijd ziet hij erkenning, dat vindt hij juist fijn!
Dan is het tijd. Tijd voor mij om te gaan. Met de bus. Tien minuutjes lopen, tien minuutjes bus en dan ben ik eigenlijk al direct bij het gebouw. Alles gaat voorspoedig en ik neem op mijn gemak, zo lijkt het, een bak koffie. Een plastic bekertje trouwens. Dat drinkt niet zo lekker, maar vooruit.
Keurig op tijd word ik geroepen en maak ik kennis met de intaker, die voorlopig, zonodig, ook onze begeleider zal zijn.
Ik loop achter haar aan het gebouw door. Lange gangen met vele deuren, dat is overal hetzelfde. Dan zijn we er.
"Neemt u maar ergens plaats ', stelt de dame me op het gemak. Even later zitten we tegenover elkaar en kan het gesprek beginnen. Het lijkt een wedloop, zo intensief. Alleen die eerste vraag al:
"Ik zie dat u alleen bent gekomen???" Kort leg ik iets uit over het hoe en waarom. En volgens mij was dat het meest intensieve van het hele uur! Zo lastig om over je man te zitten praten. Net of ik hem verraad. Net of ik hem afval. Net of hij mijn man niet is. Terwijl we zo gelukkig zijn met elkaar en veel van elkaar houden. Daarom houd ik het kort. Per slot van rekening kom ik voor Stijn toch?
Abonneren op:
Posts (Atom)